80.000 nieuwe medewerkers voor kantoorgebouw Delftse Poort Rotterdam

Sinds eind juli staan er op het dak van grootstedelijk kantoorgebouw Delftse Poort in Rotterdam twee gele kasten. Hierin bevinden zich ruim 80.000 honingbijen. De bijenkasten passen bij de nieuwe merkpositionering van Delftse Poort.

Een werkruimte voor iedereen
In Delftse Poort werken huurders en bezoekers in de levendige omgeving van het Rotterdam Central District. Een omgeving waar wonen, werken en recreëren volop in elkaar overlopen, maar waar de natuur niet altijd de ruimte krijgt. Daar brengt Delftse Poort verandering in met de toevoeging van bijenkasten op het dak. Hiermee levert het gebouw ook een bredere bijdrage aan de omgeving. De acties liggen in het verlengde van de ambitie van Delftse Poort om haar werkomgeving duurzaam en milieuvriendelijk te maken. Daarbij hoort ook het omarmen van groen en natuur in en om het gebouw. De bijen passen daarnaast bij de nieuwe huisstijl: de kleuren geel en zwart en de hexagon die verwerkt is in de website, social media en het interieur van het gebouw.

De bijenkasten illustreren ook de functionaliteit van kantoorgebouw Delftse Poort, dat werkruimte en ontmoetingsplaatsen biedt voor iedereen: groot, klein, flexibel en geserviced. Inmiddels kan Delftse Poort zich dankzij deze actie één van de meest efficiënte kantoorlocaties noemen: niet vaak werken er binnen zo weinig vierkante meters zó veel medewerkers.

Over de nieuwe medewerkers
In elke kast leven maximaal zo’n 40.000 tot 42.500 bijen. Het volk in de kleine kast is een nieuw raszuiver carnica-volk uit Terschelling. De honingbijen in de grote kast zijn sinds juni elders in Rotterdam actief geweest en speciaal samengebracht voor Delftse Poort. Vanuit de nieuw geplaatste kasten worden vanaf nu tal van werkzaamheden uitgevoerd. Zo leggen de medewerkers een straal van zo’n drie kilometer af om voedsel te vinden: stuifmeel en nectar van bloemen. Wat aan voedsel over is verwerken ze, eenmaal terug in de kast, tot honing.

Het komende jaar
Deze maand (augustus) beginnen de bijen met hun voorbereidingen voor het najaar en de winter. Dit betekent dat ze zich langzaam maar zeker terugtrekken in een kast om te overwinteren. Eind januari/begin februari worden de bijen weer actief en zijn bij goed weer de eerste bijenvluchten zichtbaar. Ergens half maart wordt het tijd voor de bijeninspectie. De controleert dan hoe het volk ervoor staat: of het vitaal is en genoeg voedsel en ruimte heeft.

Duurzame honingproductie
Naar verwachting kan rond mei de eerste honing geoogst worden, waarna de opbrengsten ten goede komen aan een nader te bepalen goed doel.