
“
Het is de eerste keer dat BeeGrateful – een jonge organisatie die zich inzet voor de wilde bij – actief is in Rotterdam. “Meer dan de helft van de wilde bijensoorten in Nederland is met uitsterven bedreigd”, zegt Zoe van Helvoirt, medeoprichter van BeeGrateful. “En dat is ernstig. Want bestuivers, en wilde bijen zijn een van de meest efficiënte, zijn verantwoordelijk voor tachtig procent van onze voedselgewassen en wilde planten en bomen. Zonder hen komt het hele ecosysteem onder druk te staan.”
BeeGrateful werd bijna drie jaar geleden opgericht door Zoe van Helvoirt en haar compagnon Florence van Haastrecht. Ze leerden elkaar kennen tijdens hun studie in Wageningen. “We wilden ons naast onze studie verbreden”, vertelt Zoe. “Toen kwamen we terecht bij een project dat zich inzette voor wilde bijen. En eerlijk gezegd: ik wist toen nog bijna niets over wilde bijen. Ik dacht bij bijen altijd alleen maar aan honing, kolonies en koninginnen. Ik had geen idee van de 350 wilde bijen soorten die ons rijk land is. Soorten die eigenlijk vooral op zichzelf leven, geen honing produceren en extreem belangrijk zijn voor onze biodiversiteit. Ik ontdekte ook dat het slecht met hen gaat.”
Die verwondering, gecombineerd met liefde voor de natuur, vormde het fundament voor BeeGrateful. Inmiddels werkt de organisatie landelijk en combineert ze het plaatsen van bijenhotels met educatie en onderzoek in samenwerking met gemeenten, bedrijven en omwonenden.
“Onze missie is om bestuiversvriendelijke omgevingen te creëren in stedelijke gebieden”, legt Zoe uit. “We doen dat op twee manieren: we monitoren wilde bijensoorten met behulp van onze bijenhotels en we vergroten bewustzijn over het belang van die soorten.”
De bijenhotels zijn ontworpen om onder lantaarnpalen te hangen. Dat is een bewuste keuze. “Daarmee zorgen we dat ze zichtbaar zijn. Want zichtbaarheid is essentieel om mensen nieuwsgierig te maken.” Elk hotel bevat verschillende nestgangen, variërend in diameter, zodat meerdere soorten bijen er hun eitjes kunnen leggen. “Zo’n wilde bij leeft maar zes weken. In die tijd bouwt het vrouwtje haar nest en voedt ze haar larven. Daarna sterft ze. Het nest overwintert, en het jaar erna komt de nieuwe generatie uit.”
Daarnaast wordt elk hotel voorzien van een QR-code die leidt naar een online platform met blogs en tips over hoe je bijen kunt helpen; thuis, in je tuin of op je balkon, of op kantoor. “Ons doel is dat heel Nederland het verschil leert tussen een honingbij en een wilde bij. Dat lijkt klein, maar het begint bij bewustwording creëren.”
In het Rotterdam Central District zijn deze zomer voor het eerst acht bijenhotels geplaatst: van de Diergaardesingel, vlak bij het Weena, tot de Schiestraat, het Delftsehof en de Luchtsingel. “Het is een druk gebied”, vertelt Zoe. “We kijken altijd eerst naar geschikte plekken: veel zon, weinig wind en voldoende bloemen. Het Hofplein staat ook hoog op ons wensenlijstje. Nu is het daar nog geen ideale locatie voor wilde bijen, maar met de geplande herinrichting en het extra groen, verwachten we dat het in de toekomst wél een perfecte plek wordt.”
Opmerkelijk genoeg biedt de stad tegenwoordig betere kansen voor wilde bijen dan het platteland. “Dat is ingericht op landbouw, vaak monocultuur. Weinig diversiteit, en als er al bloemen zijn, wordt er vaak gespoten met pesticiden. Dat maakt het onveilig. Juist de stad kan – mits goed ingericht – een cruciale rol spelen voor het voortbestaan van veel soorten.”
Zoe noemt het een eyeopener. “Er zijn soorten die inmiddels specifiek afhankelijk zijn van de stad. En als je ziet dat alle particuliere tuinen in Nederland samen net zo groot zijn als vier keer de Hoge Veluwe, dan realiseer je je hoeveel potentie er is.”
Het thema van deze editie van RCD Magazine is leefbaarheid, een term die vaak abstract blijft, maar hier ineens heel tastbaar wordt. “Voor ons begint leefbaarheid bij de natuur. Als je groen integreert in de leefomgeving, wordt een plek gezonder, koeler, rustiger. Mensen die in het groen wonen, zijn mentaal en fysiek gezonder. Dat is gewoon wetenschappelijk onderbouwd.”
Bijenhotels passen daar perfect in. “Ze zijn een opstapje naar bewustwording. Ze zorgen voor zichtbaarheid, en dat nodigt uit om vragen te stellen. ‘Wat doet dat ding daar?’ ‘Waarom zijn bijen belangrijk?’ Dat gesprek op gang brengen is essentieel. Want uiteindelijk willen we dat de stad zó is ingericht dat bijenhotels niet meer nodig zijn.”
Wat kan je als stadsbewoner zelf doen? “Heel simpel”, zegt Zoe. “Tegels eruit, planten erin. Biologische bloemen en zaden, plantenbakken op je balkon, geveltuinen. Denk niet alleen aan bloemen, ook aan kruiden: lavendel, tijm, rozemarijn, daar zijn bijen dol op, en jij ook. Je maakt het dus mooi én nuttig.”
Ook bedrijven kunnen meedoen. “Voor veel grote ondernemingen wordt het steeds belangrijker om te weten wat er leeft op hun terrein. Wij kunnen daarbij helpen door biodiversiteit te meten en in kaart te brengen met echte data. Voor ons is dat niet alleen wetenschap, maar ook storytelling.” BeeGrateful werkt daarnaast met zogeheten citizen science-projecten: bewoners kunnen een bijenhotel adopteren, krijgen een korte opleiding en monitoren vervolgens twee keer per jaar hoeveel bijen er nestelen. “Zo betrekken we mensen actief. Ze leveren data aan, maar worden ook ambassadeurs van biodiversiteit.”
De bijenhotels in het RCD zijn een eerste stap. De hoop is dat ze uitgroeien tot een blijvende beweging. “Het zou fantastisch zijn als we hier verder kunnen uitbreiden. Er zijn al plannen om het Hofplein groener te maken. Als we nieuwe wijken ook écht natuurinclusief inrichten, dan maken we verschil.”
Tot die tijd blijven Zoe en haar team hun missie volgen: bij voor bij, stad voor stad. “Laat ze gewoon lekker vliegen. Je hoeft niet bang te zijn. Wilde bijen steken amper. Ze hebben geen kolonie om te verdedigen, dus ze willen vooral rust. Geef ze die rust, geef ze die plek, en je krijgt er zoveel voor terug.”
tekst
fotografie
Misschien vind je dit ook leuk