
“
Biesheuvel is afgestudeerd antropoloog en oprichter van BlueCity, waar ze tien jaar directeur was. “Ik heb altijd willen snappen waarom dingen zijn zoals ze zijn en ben niet heel erg aangepast. Die combinatie maakt dat je om je heen gaat kijken: waar zijn we nou mee bezig? De sociale kant van klimaatadaptatie en de vraag ‘hoe organiseren we dit nou goed met elkaar’ boeien me enorm.”
Wethouder worden was nooit een ambitie. Toen PRO haar vroeg, was ze ‘onwijs vereerd’. Ze moest er éven over nadenken, maar kwam al snel tot de conclusie dat ze deze ‘supervette kans’ niet wilde afslaan.
“Met BlueCity probeerden we de economie en het bedrijfsleven duurzamer en meer circulair te maken. Nu zijn we op een punt dat de randvoorwaarden voor een beter klimaatbeleid beter geregeld moeten worden. De overheid is op sommige vlakken echt aan zet. Dat was mijn motivatie om aan die kant van de tafel te gaan zitten: laten we met de gemeente, ondernemers en bewoners de handen ineen slaan. Ik had trouwens geen betere zomer kunnen hebben om te beginnen, zeg ik met een traan. Iedereen begint nu, denk ik, te zien hoe heftig de klimaatveranderingen zijn.”
Als het aan Biesheuvel ligt, is Rotterdams imago van ‘betonnen stad waar we alles dichtgooien met stenen, tegels en asfalt’ verleden tijd. “We krijgen steeds meer extremen: extreme hitte, maar ook extreem natte periodes. De bodem vindt het heel ingewikkeld om met die grilligheid om te gaan, dus moeten we de stad anders gaan ontwerpen. Groen is nodig tegen hitte en droogte, maar vergroenen kan niet zonder water.”
“Kortom,” gaat ze verder, “klimaatadaptatie gaat over meer dan bomen planten; het gaat over hoe we een fijne leefomgeving creëren. Over hoe we ruimte geven aan groen, over oog hebben voor verschillende sóórten groen en over biodiversiteit. Daarnaast gaat het zeker ook over onze relatie met water en lucht. Hoe vangen we extreme regenval op? Hoe bufferen we water voor periodes van extreme droogte? En hoe brengen we onze luchtkwaliteit terug naar gezonde niveaus? Ook de infrastructuur moet bestand zijn tegen veranderende omstandigheden.”
Rotterdam Central District laat volgens Biesheuvel veel zien van de uitdagingen én kansen voor de stad. Zo is daar al een flinke waterbuffer aangelegd, waar regen wordt opgeslagen om het toekomstige groen in droge periodes van water te voorzien.
Ze is erg te spreken over de betrokkenheid van bedrijven en bewoners in het gebied. Zo werkt de gemeente voor de ontwikkeling van het Hofplein nauw samen met de BIZ RCD. “Ik vind het veelbelovend dat bedrijven iets vinden van waar de stad naartoe gaat en dat ze actief betrokken zijn. Bedrijven kunnen belangrijke drijvende krachten zijn. Ik hoop dat we met elkaar, ook met de bewoners, een soort steward over de buitenruimtes kunnen zijn – zowel op het gebied van groenbeheer als het veilig en schoon houden. Ik denk dat het enorm belangrijk is dat we van de buitenruimte een fijne, uitnodigende plek maken waar mensen elkaar ontmoeten. Dat is ook economisch aantrekkelijk voor ondernemers in het gebied.”
Het steeds groener wordende Hofplein is natuurlijk een goed voorbeeld. “Stel je voor dat je daar straks enorme bomen ziet, in plaats van een kale fontein die bedoeld is om auto’s goed rond te leiden. Dat je uit je kantoor loopt en de buitenruimte je uitnodigt om dáár te zijn, in plaats van achter je bureau. Of dat je vanuit daar zó in het Hofbogenpark bent, onze Rotterdamse Green Mile, voor een wandeling over de daken.”
De ultieme droom van de wethouder is dat we straks kunnen zwemmen in de stad, net als in Parijs. “Daar moet nog wel een en ander voor gebeuren, maar dat lijkt me oprecht een van de gaafste dingen. Het is hét teken van een circulaire stad met gezonde ecosystemen.”
tekst
fotografie
Misschien vind je dit ook leuk