
“
“Het Stationsplein is nu al een succesvol plein”, vertelt Marcus. “Maar het functioneert vooral als een transitieplein: een plek waar mensen overstappen van trein naar metro, tram, fiets of auto. Er wordt al meer gebruikgemaakt van de zitplekken die er zijn, maar de doorstroom overheerst. We willen dat het een nóg aantrekkelijker entree wordt voor de stad, veiliger en groener, zonder dat de bereikbaarheid in gevaar komt.”
De grootste verandering zit in de verkeersstructuur rondom het Weena, de brede boulevard die langs het Centraal Station loopt. In het huidige plan verdwijnen de rijbanen aan de noordkant ter hoogte van het Groothandelsgebouw en de Delftse Poort. Het middenstuk met de grote zebra-oversteek wordt autovrij. Aan de zuidzijde, richting het Kruisplein, blijft nog een rijstrook bestaan voor lokaal verkeer.
“Daarmee maak je ruimte vrij”, legt Marcus uit. “Voor fietsers, voor voetgangers, en ook voor het toevoegen van kwaliteit: bredere stoepen, veiliger fietspaden en mogelijkheden om groen te integreren. Het zal niet één groot grasveld worden, maar denk aan meer bomen en groene elementen die bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.”
Dat Rotterdam ingrijpt, komt niet uit de lucht vallen. De stad groeit snel. Richting 2040 worden er naar verwachting 18 tot 20 procent meer inwoners geteld – zo’n 720.000 Rotterdammers. Ook het aantal banen in de stad blijft stijgen. “Als je doorgaat op de huidige manier, loopt het systeem vast”, waarschuwt Marcus. “Dat hoeft niet altijd filevorming te betekenen, maar het gaat ook om andere zaken: verkeersveiligheid, gezondheid, leefbaarheid. Het verkeer drukt steeds zwaarder op de woonomgeving van mensen. Met het verkeerscirculatieplan hebben we gekeken hoe we de stad bereikbaar, veilig én aantrekkelijk houden. Het Stationsplein is daarin een cruciale locatie.”
Een belangrijke pijler van dit plan is het aanwijzen van autoluwe gebieden. Het idee is niet dat auto’s helemaal verdwijnen, maar dat doorgaand verkeer uit de binnenstad en omliggende stadswijken wordt geweerd. Bewoners, bezoekers en hulpdiensten blijven welkom, maar de stad krijgt meer ruimte voor lopen, fietsen en groen.
Wie de zuidwesthoek van het Stationsplein kent – ter hoogte van de nieuwbouw van de Modernist – weet hoe chaotisch het er kan zijn. Fietsers, voetgangers en auto’s kruisen elkaar er dagelijks in grote aantallen. “Het is jarenlang een hotspot geweest op het gebied van verkeersveiligheid”, zegt Marcus. “Veel klachten, veel bijna-ongelukken. Juist daarom is dit gebied zo urgent om aan te pakken.”
Door rijbanen te schrappen en de ruimte opnieuw in te delen, ontstaat er een overzichtelijker en veiliger plein. Fietsers krijgen meer ruimte, voetgangers bredere trottoirs. “Dat maakt de entree van de stad niet alleen veiliger, maar ook prettiger om te verblijven”, aldus Marcus.
De plannen bieden kansen voor vergroening. “We moeten reëel zijn: er blijft altijd een verkeersfunctie aanwezig, bijvoorbeeld voor hulpdiensten en lokaal verkeer. Maar binnen die ruimte kijken we naar slimme toevoegingen. Denk aan bredere stoepen met groen rond bestaande bomen, of grotere boomvakken die het plein aantrekkelijker en klimaatbestendiger maken.” Deze vergroening sluit aan bij de bredere ambities in het RCD, waar leefbaarheid, mobiliteit en klimaatadaptatie centraal staan.
Een veelgehoorde zorg bij dit soort transformaties is de bereikbaarheid per auto. Maar volgens Marcus blijft die gewaarborgd. “De kiss-and-ride locaties blijven bestaan en zijn van meerdere kanten bereikbaar. Ook parkeervoorzieningen in de directe omgeving blijven goed toegankelijk. Het verschil zit vooral in hoe je er naartoe rijdt: sommige routes veranderen, maar de bestemming blijft bereikbaar.”
Sterker nog, de maatregel draagt bij aan lokale bereikbaarheid. “Doordat het Weena rustiger wordt, ontstaat er een prettiger en overzichtelijker verkeersbeeld. Dat is winst voor iedereen die hier werkt, woont of langsloopt.”
Hoewel het verkeerscirculatieplan al is vastgesteld door het college en gemeenteraad, is het ontwerp voor het nieuwe Stationsplein nog niet definitief. “We hebben de kaders en de ingrediënten”, zegt Marcus. “De volgende stap is het gesprek met de omgeving. Dat gaat om ondernemers, bewoners, reizigers en andere betrokkenen. Hoe gebruiken zij het plein? Wat vinden zij belangrijk? Dat nemen we mee in de verdere uitwerking.”
De uitvoering staat voorlopig gepland voor 2027-2028. Maar dat kan nog schuiven. “Technische voorbereiding kost tijd, en er is altijd afstemming nodig met andere projecten in de stad, zoals het Hofplein. Daarnaast moet het nieuwe college in 2026 budget beschikbaar stellen. Niet alles staat vast, maar de richting is duidelijk: dit plein gaat veranderen.”
Een belangrijk aspect van de aanpak is volgens Marcus dat de gemeente de effecten nauwlettend in de gaten houdt. “We monitoren steeds: wat gebeurt er als we een maatregel doorvoeren? Levert het de beoogde winst op? Als dat niet zo is, passen we bij. Zo leren we onderweg en zorgen we dat de stad stap voor stap leefbaarder en veiliger wordt.”
Waarom juist dit plein zo’n belangrijke plek is voor Rotterdam, hoeft Marcus niet lang uit te leggen: “Het is je visitekaartje. Iedereen die de stad binnenkomt via Rotterdam Centraal – of je nu inwoner, toerist of werknemer bent – komt hier langs. Als je zo’n plek veiliger, aantrekkelijker en groener maakt, profiteert een enorme groep mensen daarvan.”
Over tien of twintig jaar ziet hij vooral een versterking van die rol. “Het blijft een transitieplein waar mensen veel doorheen bewegen, maar met meer kwaliteit. Meer veiligheid, meer groen, meer mogelijkheden om even te verblijven. En dat alles in balans met de bereikbaarheid. Het wordt een nog krachtiger entree voor een stad die zich continu vernieuwt.”
tekst
fotografie
Misschien vind je dit ook leuk